Depressie bestaat in alle soorten en maten. En zelfs de lichtste vorm kan door mensen al als vreselijk ervaren worden. Omdat depressie een ziekte van je stemming is, omdat het een gevoel is dat alles terneer drukt. En een mens kan heel veel verdragen, zolang h/zij er maar in slaagt ergens een lichtpuntje te zien. Een depressie lijkt echter de lichtpuntjes te doven. Soms zelfs zo ernstig, dat mensen gaan denken aan zelfmoord en soms daar toe over gaan. De DSM V – een classificatie van psychiatrische stoornissen – spreekt men dan ook over “Depressieve stemmingsstoornissen’.

Hieronder zal ik een aantal zaken beschrijven die vanuit de Gestalttherapie over depressie gezegd en gedaan kunnen worden. Dit is zeker niet uitputtend, maar geeft een indicatie van hoe ik denk en werk.

Depressie is te behandelen

We zijn geneigd om over depressie te praten als over een ziekte als kanker. Een ziekte die spontaan ontstaat en waar je aan overgeleverd bent. Waar je niets aan kunt doen. Gelukkig is dat niet zo. Zelfs bij kanker is dat gelukkig niet altijd meer waar, overigens. Hoewel we nog altijd lang niet alles weten over depressie, weten we wel een aantal dingen. En op grond daarvan kunnen mensen geholpen worden. Een mooi voorbeeld daarvan vind je in het verhaal van Andrew Solomon in TED-talk.

Wat is een depressie?

Soms voel je je een tijdlang futloos en moe. Je hebt nergens meer zin in. Je voelt jezelf verdrietig, moedeloos, futloos. Je hebt vaak – te vaak – negatieve gedachten, vooral over jezelf. Je hebt allerlei fysieke klachten. De officiële kenmerken van een depressieve stemmingsstoornis volgens de DSM V vind je hier.

Deze gevoelens kunnen op zich ”normaal” zijn. Ze horen bij de pijnlijke momenten van het leven en bij vrouwen ook bij de hormoonschommelingen in de cyclus. De meeste mensen weten dat ook wel. Het is begrijpelijk dat je het leven even niet meer ziet zitten als je een geliefde hebt verloren. Of een traumatische ervaring hebt meegemaakt. Of als je je baan kwijt raakt. Of als je gepest wordt. Of als je langere tijd veel te hard gewerkt hebt en onvoldoende tijd aan jezelf hebt besteed, enzovoort, enzovoort.

Maar soms duren die gevoelens langer dan ”normaal”. Ze verdwijnen niet. Ze worden misschien erger of keren regelmatig terug. Ze gaan je leven bepalen. Op het moment dat je niet meer goed kunt functioneren, zowel thuis als op je werk, spreken we van een depressieve stemmingsstoornis.

Praat erover!

Maar in een depressie zitten is per definitie vreselijk, of je er nu nog door kunt functioneren of niet. Het is dan ook belangrijk om tijdig hulp te zoeken en er niet meer rond te blijven lopen. Want hoe eerder je geholpen wordt, hoe minder vast je komt te zitten. Wat dat betreft kun je een depressie vergelijken met drijfzand: je zakt er zonder hulp steeds dieper in weg. Daarom: praat erover! Trek aan de bel!

Is depressie erfelijk?

Depressie is soms ook erfelijk. Het is nog niet bekend of het letterlijk in je genen zit, en zo ja, in welk gen dan. En onder welke omstandigheden dat gen dan actief wordt. Of dat het erfelijk is doordat je op dezelfde manier met moeilijke gevoelens om leert gaan als je dat je ouders hebt zien doen. Dus of het ”nature of nurture” is.

Er zijn wel onderzoeken die een cluster van genen hebben gevonden, die verantwoordelijk lijken te zijn voor de aanmaak van serotonine, het hormoon dat ook wel het ”gelukshormoon” wordt genoemd. De uitkomsten zijn nog niet zo duidelijk dat hier al harde uitspraken over gedaan kunnen worden.

Depressie vanuit de Gestalttherapie

In de Gestalttherapie gaan we ervan uit dat elk mens in principe beschikt over een zelfhelend vermogen. Als een mens ideaal gezien púúr naar zijn lichaam en zijn geest zou kunnen luisteren, zou hij alleen die dingen doen die goed voor hem zijn en die hem helpen herstellen. Dat naar onszelf luisteren is echter nog niet zo eenvoudig. Ik ken ook niemand die dat perfect kan.

Maar we kunnen ons er wél in oefenen. We zijn vaak zo druk dat we de stem van ons lichaam niet horen. En áls we die wel horen, onderdrukken we hem vaak, want dan komt het niet uit. Veel mensen met burnout klachten zeggen bijvoorbeeld:”Achteraf gezien heb ik eigenlijk wel signalen gekregen dat het niet goed ging, maar ja….”

Gewaarzijn

In de Gestalttherapie is het daarom belangrijk om ”gewaarzijn” te ontwikkelen: om te leren waarnemen wat er met ons gebeurt en wat onze eigenlijke behoeften zijn, zowel fysiek als emotioneel en onszelf daarin serieus te nemen. Gestalttherapie lijkt daarin erg op mindfulness. (Of beter gezegd andersom, aangezien Gestalttherapie dat al doet vanaf 1940. )

Depressieve mensen lijken hun behoeften lang niet altijd meer goed waar te kunnen nemen. Het lijkt soms zelfs wel alsof ze helemaal geen eigen behoeften meer hebben. Samen met de cliënt probeer ik dan stil te staan bij wat er aan zelfs maar de kleinste behoeften waar te nemen valt, waardoor er weer een begin van een eigen ervaring ontstaat.

Gestalttherapie als procesgerichte therapie.

Verder is Gestalttherapie een procesgerichte therapie. Dat wil zeggen dat we heel goed kijken naar het proces dat zich in de therapie tussen de therapeut en de cliënt ontwikkelt en dat we niets bij voorbaat als vaststaand feit aannemen. Tenslotte is iedere mens anders. We onderzoeken samen met de cliënt hoe iets bij hem of haar werkt en aanvoelt. En op grond daarvan komen we samen tot hypothesen, die we samen gaan toetsen.

Ook gaan we kijken hoe de cliënt allerlei andere processen doorloopt, die nodig zijn om in dit leven tot contact te komen en je behoeften te vervullen. Hierover schrijf ik meer op mijn pagina over Gestalttherapie.

Gestaltervaringen met depressie

Als Gestalttherapeut constateer ik bijvoorbeeld: deze cliënt vertelt dat hij veel last heeft van depressieve gevoelens.  Ik ervaar een zwaarte om hem heen. Ik ervaar ook dat ik moeilijk contact met hem kan krijgen, alsof hij opgesloten zit in zichzelf. Terwijl hij tegelijkertijd ook vertelt dat hij er zo’n last van heeft dat hij niet meer naar buiten wil, dat hij niets meer leuk vindt, geen zin meer heeft in vrienden. Het opgesloten zitten in hemzelf lijkt dus geen doel meer te dienen. En toch ervaart hij er niet uit te kunnen. Ik ga dan een experiment bedenken om de cliënt te laten ervaren wat er gebeurt en hoe het eventueel anders kan.

Onderdrukte emoties

Gestalttherapeuten gingen vroeger dan soms letterlijk op iemands borst zitten en vroegen:”Voelt het zo? Is dit het gevoel waar je vanaf wilt?” en bij bevestiging, stelden ze de cliënt voor om zich er dan nu ter plekke onderuit te vechten. Waardoor de cliënt gedwongen werd om zijn energie naar buiten te richten.

Letterlijk op een cliënt gaan zitten, gaat mij persoonlijk te ver. Maar ”pushing hands” (de cliënt probeert met zijn handen tegen de mijne mij van mijn plek te duwen) is wel een oefening/experiment die ik regelmatig gebruik.

Het belangrijkste bij dit soort experimenten is uiteraard niet het winnen, maar het stilstaan bij wat je ervaart tijdens en na zo’n experiment. Hoe het bijvoorbeeld voelt als je je energie naar buiten richt. Soms ontdekken cliënten dat er dan opeens boosheid in hen naar boven komt of een andere emotie, die vast heeft gezeten. Soms weten ze niet wat die emotie betekent, maar dat is op dat moment niet belangrijk. Het belangrijkste is dat de energie weer even kan stromen. Het duiden van de ervaring komt later.

Maar soms heeft een cliënt níets met zo’n oefening. En die waarneming is belangrijk, ook als het geen goed gevoel oplevert of als de cliënt niet mee wil doen aan zo’n oefening (wat natuurlijk altijd kan). Want dat op zich kan aleer het nodige zeggen. Bijvoorbeeld dat we op de verkeerde weg zitten of dat we te vroeg deze weg zijn opgegaan.

Overlevingsstrategie

Ook zien we vaak dat depressieve mensen niet veel meer voelen, alles wordt vlak. We vragen ons dan af: zouden er bij deze cliënt gevoelens zijn, die ooit zó heftig waren, dat het beter voor haar was om die gevoelens maar níet waar te nemen? Zou het ooit een overlevingsstrategie geweest kunnen zijn, die wél een functie had? En die zij nu niet door een andere strategie weet te vervangen? Of die zich in haar vastgezet heeft? En we onderzoeken samen met de cliënt wat dat geweest zou kunnen zijn. En ook welke nieuwe strategieën voor de cliënt haalbaar zouden zijn.

Medicatie?

De rol van anti-depressiva staat de laatste tijd steeds vaker ter discussie. Deze geneesmiddelen blijken bij lang niet iedereen te werken en soms zelfs een averechts effect te hebben. Soms kunnen ze echter ook goede ondersteuning bieden. Ik heb begrepen dat er inmiddels vóór de eventuele start met de medicatie tests gedaan kunnen worden.  Het gaat om tests die voorspellen of patiënten een afwijkend genetisch profiel hebben waardoor ze antidepressiva te langzaam of te snel afbreken, wat tot extreme bijwerkingen kan leiden. Dat lijkt me per definitie zinvol.

Ook hier ben ik een voorstander van per cliënt kijken wat er nodig is. Als Gestalttherapeut kan ik zelf per definitie geen medicatie voorschrijven, dus hierover zal altijd contact worden gezocht met huisarts of psychiater.

Relatie cliënt -therapeut

Bij dit alles kijken we als Gestalttherapeuten voortdurend naar wat er gebeurt in het hier en nu, in het contact tussen de cliënt en mij als therapeut. Want ongetwijfeld spelen dezelfde patronen een rol in het contact met mij, als in het contact met de rest van de buitenwereld. Het verschil is alleen dat ík heb geleerd me daar van bewust te worden en daar woorden aan te geven. En wellicht kan ik daar de cliënt mee helpen.

Als de cliënt bijvoorbeeld geen zin meer heeft in contact met vrienden, hoe werkt dat dan in het contact met mij? Heeft hij daar ook geen zin in? Op geen enkel moment? Of zijn er momenten dat er toch even iets van zin ontstaat? Wat zijn die momenten? Welke elementen zijn daarin belangrijk?

Zo zoeken we samen naar wat er aan de hand is, wat er werkt en wat er niet werkt. Gestalttherapie is maatwerk, we ”banen de weg samen al gaande.” (vrij naar Machado).